• Vakliteratuur voor onderwijsprofessionals
  • Veilig winkelen

Datum: 10 november 2021

Lerende professional aan het woord: Belg in Nederland

‘Ik ben grootgebracht met de VPRO. Verplicht kijkvoer. Als kind ben ik overvloedig blootgesteld aan Theo & Thea, van Kooten & de Bie met hun Simpliesties Verbond en alle afleveringen van Sesamstraat. Let wel: ik ben een Vlaamse.

Mijn vader was dol op Holland. Hij hield van het extraverte van de Nederlanders, hun assertiviteit, hun onorthodoxe manier van doen en vooral: hun recht-door-zee-mentaliteit. What you see is what you get. Als het over Vlamingen gaat, neigde zijn vocabularium meer naar woorden als saai, kneuterig, burgerlijk of bekrompen. Heel af en toe viel het woord ‘bourgondisch’.

Toen mijn liefste collega Isabel me tijdens de zomervakantie opbelde met een voorstel dat te maken had met Nederland, kon ik dan ook absoluut niet weigeren. Of ik toevallig zin had om mee te gaan studeren in Nederland? Een praktische Master Educational Needs aan de Fontys Hogeschool. Stamgroep in Bergen-Op-Zoom en de lesplaatsen, ja, dat gingen we nog wel zien. Rotterdam of zo. Ze gaf me twee dagen bedenktijd, ik volgde de online info-sessie in augustus en was verkocht.

Nu heb ik in mijn leven al wel meer niet-zo-overdachte beslissingen genomen, maar op haar vraag heb ik toch wel heel snel ‘ja’ gezegd. Toen ik ‘Nederland’ hoorde, was ik al om. Nu helpt het ook dat Isabel en ik al 23 jaar samenwerken. En daarbovenop ergeren we ons al jaren dood aan de werkcontext waarin we dagelijks moeten functioneren. Dat maakt van onze school het ultieme studieobject waar volgens mij een hele lichting EN-studenten op kan afstuderen.

Mijn leven kwam plots in een stroomversnelling terecht. Op een paar dagen tijd moest ik mijn inschrijving vervolledigen, mijn diploma’s voor waar laten verklaren en het inschrijvingsgeld bij elkaar harken. Ik was doodsbang, maar tegelijk ook heel nieuwsgierig wat er op ons af zou komen. De eerste bijeenkomst van de stamgroep in Bergen-Op-Zoom was een openbaring. De helft van de zaal bestond uit Belgen, de rest waren assertieve Nederlanders. Het was een beetje thuiskomen.

Tijdens een bijeenkomst zei een van de stamgroepleden: “Tegen de tijd dat de herfstvakantie er aan komt, zal je voelen dat je collega’s al meer dan 7 meter achter jou aan lopen in de gang. Figuurlijk dan!” En wat ze zei, is waar: ik heb me nog nooit zo’n verlichte geest gevoeld. Ik heb nog nooit zoveel boeken gekocht op één maand als in oktober. En ik heb me nog nooit zo heftig ingelezen in een stapel vakliteratuur.

Isabel en ik volgen dezelfde modules binnen het domein Gedrag. De eerste twee modules volgen we in Rotterdam: bijna twee uur rijden. Om onze reistijd nuttig te besteden, haal ik tijdens de ritten naar Rotterdam mijn notitieschriftje boven en overloop ik mijn samenvattingen luidop voor haar, wat soms tot hilarische conversaties en van de pot gerukte theorieën leidt. Op de terugweg naar huis, ratel ik ook non-stop om de concentratie hoog te houden.

Opnieuw op de schoolbanken zitten, vind ik heerlijk. In Rotterdam hebben we een clubje mensen die vertellen over hun onderwijspraktijk. Over hoe het onderwijssysteem zo erg verschilt van elkaar, ook al zijn we buurlanden. De internationalisering doet ons goed.

Als we binnenkomen, roepen ze: “Daar zijn de Belgen!”

De gratis koffie was alleen voor de eerste bijeenkomst, daarna was er ineens geen koffie meer. Toen riepen wij: “Krenterige Hollanders!”

Als we de weg kwijt zijn, lachen ze ons uit: “Domme Belgen, joh, zien jullie die wegwijzer daar niet staan?” Ja, zo gaat het eraan toe. En we vinden het prima!

In mijn eigen lespraktijk merk ik een verschil in de manier waarop ik rustiger kan blijven. De modules die ik volg, werpen duidelijk hun vruchten af. Het is prettig dat ik zelfs na 23 jaar nog dingen bijleer die in mijn lessen blijken te werken.

Het is ook hard werken natuurlijk. Ondertussen is er ook nog een dagjob die ik soms uit het oog dreig te verliezen in al mijn enthousiasme voor de opleiding. Verbeterwerk blijft liggen, zelfs tijdens de herfstvakantie. Mijn vriend zie ik nog minder dan gemiddeld en ik vraag raad aan mijn oudste zoon om aan mijn academische schrijfopdrachten te beginnen. Die laatste is blij dat hij zijn oude moeder ook eens iets kan leren.

Het is veel lezen. Héél veel lezen. Er wordt een enorme zelfsturing verwacht. Ik vond mezelf misschien eerst te oud om nog aan zo’n studie te beginnen, maar nu zijn al de hersencellen die ik nog over heb me overduidelijk dankbaar voor de waanzinnig interessante input en de verrassende inzichten.

Isabel en ik hebben godzijdank veel steun aan elkaar. We gaan er komen, zij en ik. Die stip op de horizon houden we samen nauwlettend in de gaten. En ook al is mijn vader vandaag al even lang dood dan dat ik hem ooit gekend heb, hoop ik stiekem dat hij alsnog postuum trots op me is. Ik ben het in ieder geval heel erg op mezelf.’

Nel Rombaut werkt sinds 1999 in het onderwijs. Ze geeft economie en economie & organisatie op school in Antwerpen.