• Vakliteratuur voor onderwijsprofessionals
  • Veilig winkelen
Onderwijsprofessional aan het woord

Datum: 7 maart 2022

Lerende professional aan het woord

Na het afronden van de hotelschool werd ik horecacoördinator van een bungalowpark, waar in het voor- en naseizoen bungalows voordelig werden verhuurd aan woongroepen. Ik was begin twintig en hongerig naar nieuwe en uitdagende ervaringen.

Ik besloot vanuit mijn ervaringen met het bezoek van de woongroepen, door te studeren tot pedagogisch werker. Hier startte mijn eerste onderwijservaring. Ik liep stage bij een school voor voorgezet speciaal onderwijs (vso). De school stond midden op een terrein met woongroepen voor kinderen die uit huis zijn geplaatst. Hoewel ik met acht jaar horeca-ervaring dacht dat ik de nodige mensenkennis had, bleek dat ik nog veel te leren had. Nog nooit heb ik zulk desoriënterende ‒ morele ‒ dilemma’s en ervaringen meegemaakt, als in mijn periode daar.

Van horecamens tot bevoegd docent
Na het afronden van de opleiding tot pedagogisch werker bleef mijn verlangen naar meer kennis en het koppelen van praktijkervaringen aan theorie. De stap naar een opleiding tot bevoegd docent was gemakkelijk gezet. Tegen de tijd dat ik de opleiding afrondde, was het voor mij tijd om bij een andere organisatie te gaan werken. In negen jaar ontwikkelde ik me van horecamens tot bevoegd docent, met vooral pedagogische ervaring: een proces van (angstaan-)vallen, opkrabbelen en ‒ ondanks het bemoedigende boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregman (2019) ‒ een soms wat achterdochtige blik naar mensen, voornamelijk in professionele setting.

Innerlijke vraagstukken
Hoewel er soms heftige confrontaties en huiveringwekkende dossiers voorbijkwamen, verbaasde ik me nog het meest over de intensiteit van de moreel innerlijke vraagstukken die ontstonden in het professionele handelen van mijzelf en collega’s. Ik worstelde met de bijna continue vraag of we wel ‘het goede’ deden, in relatie tot de leerlingen en elkaar. Een scala aan persoonlijke overtuigingen en de ruimte om deze leidend te maken tijdens het werk, leidde naar mijn idee vaak tot conflicterende situaties. Ik geloof niet in een beroepscode voor het passend onderwijs waarin waarden en normen zijn vastgelegd. Maar voor mij werd hier wel het belang getoond voor dialoog over de ethiek van het werk. Het zorgde voor een nieuwe drijfveer om door te gaan, om stappen te zetten. Hoe stel je immers de vraag of we wel ‘het goede’ doen aan collega’s binnen de weerbarstige en snel veranderende praktijk, zonder geloofwaardigheid te verliezen?

Pilot ethiek
Aansluitend bij de overstap naar een nieuwe organisatie begon ik aan de master Leren en Innoveren. Ik koppelde mijn thesis aan ethiek in relatie tot de beroepsuitoefening van professionals binnen het passend onderwijs. Na een oproep in de wekelijkse digitale krant binnen de organisatie, bleek er vanuit alle lagen verrassend veel respons om mee te doen met een onderzoek naar de ethiek van het werk onder de noemer ‘pilot ethiek’.

Hierbij draait het niet zozeer om de technische professionaliteit en ligt de nadruk vooral op de waarden en normen die een professional drijven in het uitvoeren van het werk. Deze laag van het werk wordt ook wel normatieve professionalisering genoemd, een term geïntroduceerd door Harry Kunneman, en die toelichting verdient: Wanneer binnen ethiek wordt onderzocht wat waarom moreel juist is en hoe dit te conceptualiseren, waarborgen en onderbouwen, wordt er gesproken van normatieve ethiek. Onderzoeken wat waarom moreel juist is en dit conceptualiseren, waarborgen en onderbouwen binnen een bepaalde beroepsuitoefening, wordt zodoende ook wel normatieve professionaliteit genoemd, wat gaat over de morele kwaliteit – mate van ‘goed werk’ – van de beroepsuitoefening.

Goed werk
Momenteel draait de pilot ethiek op volle toeren en gaan we richting de afrondende fase. We houden ons bezig met vragen als: wat verstaan we onder ‘werk dat goed doet’ en hoe willen we de vraag wat ‘goed werk’ is aan elkaar stellen? Door dit onderling te verkennen, komen we stilaan in de gelegenheid om te ontdekken hoe we normatieve professionalisering kunnen organiseren binnen de organisatie. Dit laatste is dan ook waar de thesis voornamelijk op is gericht: Hoe kan normatieve professionalisering worden georganiseerd binnen de organisatie?

Morele dilemma’s aan de orde van de dag
Op dit moment kan ik nog weinig uit de doeken doen over dit proces. Mijn streven was om iets toe te voegen aan de praktijk en iets te bieden voor de collega’s die zich hebben aangemeld. Wat het de organisatie en hen gaat opleveren, neem ik binnenkort op in mijn thesis. Wat ik persoonlijk ervaar is dat de pilot ethiek een soort verkenningsreis is geworden. Daarbij kom ik er gaandeweg achter dat morele dillema’s aan de orde van de dag zijn en het voor sommige collega’s weldegelijk belangrijk is dat hierover gesproken kan worden. Dat is waardevol voor de organisatie én heeft een mooie bijwerking: mijn achterdochtige blik naar mensen wordt steeds milder. Een win-winsituatie.

Frank van der Weerd is onderzoeksleider Ethiek bij Onderwijscentrum de Twijn. Hij onderzoekt het thema ‘goed werk’ binnen de organisatie. Daarnaast is hij docent Consumptieve Technieken bij dezelfde organisatie.